Door Anne de Andrade
Op 3 december faciliteerde kunstenaar Anne Jesuina samen met ecologische-democratieontwerper Joke ter Stege een Plekberaad over de Doggersbank, als onderdeel van de zeven Proeftuinen van het Ministerie van de Toekomst. Twaalf jongeren namen deel aan een middag van belichaamde uitwisseling.
Het Plekberaad vormde een onderzoeksmoment binnen Jesuina’s praktijk, waarin zij de relatie tussen wereldbeeld, emotie en ecologie onderzoekt vanuit een dekoloniaal en somatisch perspectief. Centraal stond de vraag hoe het mogelijk is dat de Doggersbank juridisch beschermd is, terwijl de ecologische staat ervan blijft verslechteren. In dit onderzoek spelen emotionele regimes — de vaak onzichtbare normen die bepalen welke emoties als legitiem gelden en zo sturen wie gehoord wordt en welk handelen mogelijk is (Reddy) — een sleutelrol.
Waar een burgerberaad zich richt op algemene maatschappelijke vraagstukken, focust een plekberaad op een specifieke plek en de relatie die mensen daarmee hebben. Dit maakte het beraad over de Doggersbank experimenteel: het ging over een plek waar niemand woont én over een democratisch rechtvaardige toekomst voor zowel mensen als meer-dan-menselijk leven. Daarmee stelde het beraad een bredere vraag: hoe kan democratie ecologisch worden vormgegeven?
Wie is ‘wij’?
Sinds de Verlichting heeft het westerse ‘wij’ veel verstrengelingen uit elkaar gedacht: mens en natuur, ratio en emotie, wetenschap en spiritualiteit, het persoonlijke en het politieke, etc. Door de ‘rationele mens’ tegenover de natuur te plaatsen, werd het individu als het ware ‘buiten’ de ecologie gezet, alsof het als een vacuüm door de wereld beweegt dat een decor en grondstof biedt.
De logica achter het woord ‘natuur’ en de objectivering van de Doggersbank als een ‘plek’ gaat gepaard met een bepaalde set aan gedragingen en geaccepteerde mogelijkheden. In de Politics of Trauma schrijft therapeut Staci Haines dat het objectiveren van anderen en het ons constant moeten afsluiten voor de levendigheid van onze levende ecosystemen, van ons vraagt dat we onszelf constant verdoven, afsluiten en dissociëren voor de pijn en het verlies en ook de vreugde van anderen. Een doorvoelde benadering is dus een manier om deze ‘verdoving’ en de blindheid die het veroorzaakt te doorbreken.
In het eerste deel van het beraad vertrok Jesuina vanuit de overtuiging dat een levende ecologische democratie onmogelijk kan ontstaan binnen de gangbare en verdoofde westerse denkkaders en handelingspraktijken. Vanuit een belichaamd en dekoloniaal perspectief werden deelnemers benaderd als ‘een plek op zich’: ecosociale lichamen, gevormd door biologische, emotionele, sociale en historische processen — onlosmakelijk verbonden met en verwant aan de Doggersbank zelf.
Samen met PhD-onderzoeker Renée Hoogland werden verhalen over de Doggersbank verzameld en gelezen. In plaats van gelijk te beginnen met praten over de verhalen, verbeeldden deelnemers via lichaamstaal wat zij hadden gehoord. Door zich gevoelsmatig en verbeeldend in te leven in de perspectieven van de verhalen, konden de deelnemers zich vrij verplaatsen in verschillende levensvormen. Hoe is het om een bruinvis te zijn in dit verhaal? Een windmolen vanuit dat perspectief, of een visser in deze context? Welke waarden komen tot uiting in je bewegingen — zoals bewegingsbereik, ritme, snelheid, geluid, volume, toon, lichaamshouding, gezichtsuitdrukking en uitstraling — en wat zeggen deze over de omgeving waarin je je beweegt en haar duurzaamheid?
In het tweede deel van het Plekberaad vroeg Joke de deelnemers hun doorleefde ervaringen te vertalen naar toekomstvisies op papier. Dit resulteerde in concrete visies en beleidsplannen die de Doggersbank erkennen als een gemeenschap met bewoners, vanuit het besef dat wij als aardbewoners hun belangen delen en onze gezondheid met die van hen verbonden is.
Enkele bevindingen:
- Door verbeelding en perspectiefwisseling kon een belichaamde ervaring van de Doggersbank ontstaan. Een deelnemer gaf aan dat spreken met en vanuit gevoel het mogelijk maakte anderen beter te begrijpen, zelfs wanneer men het fundamenteel oneens was.
- Het faciliteren van denken over ecologische democratie kan niet (uitsluitend) voortkomen uit de beperkte, gangbare westerse manieren van doen en weten. Door verhalen te vertellen via lichaamstaal konden deelnemers zich inleven in uiteenlopende perspectieven, zoals dat van de bruinvis, de windmolen of de visser. Dit opende het gesprek voorbij westerse normen, louter menselijke belangen en vaststaande standpunten.
- Door deelnemers te benaderen als ‘plaatsen’ op zich — vergelijkbaar met de Doggersbank — verdwenen blinde vlekken en overtuigingen die normaal als rookgordijn functioneren. Het gesprek werd daardoor minder abstract en meer ervaringsgericht.
- Een deelnemer merkte op dat lichaamshouding, positionering en bewegingsvrijheid — zoals zichtbaar in parlementaire settings — mede bepalen wat gehoord wordt. Dit roept fundamentele vragen op over de inrichting van democratische ruimtes.
Conclusie
Een diep democratisch experiment begint bij het besef van je eigen positie en vertrekpunt als levensvorm in de wereld. Dat betekent oefenen in het soms loslaten van vertrouwde manieren van zijn. Wanneer belichaamde en emotionele kennis centraal staan, wordt ecologische verbondenheid voelbaar als iets persoonlijks, urgents en nabij.